Een dag na het gesprek met mijn re-integratiebegeleider verbaas ik me erover hoe het enige niet-helpende wat hij heeft gezegd me misschien wel het meest heeft geholpen.
Hij zag mijn lage energieniveau van de afgelopen week en stelde de vraag wat ik kon doen om met meer energie aan mijn dag te beginnen. Prima vraag. Niets mis mee.
Toch voelde ik vanbinnen de woede. Ik weet vrij zeker dat hij daar niets van heeft gemerkt. Al vraag ik me af of hij achteraf niet toch iets aan me heeft gezien wat hij anders heeft geïnterpreteerd, bijvoorbeeld als onzekerheid.
Ik liet mijn woede niet zien en ik sprak ‘m ook niet uit. Ik wist namelijk meteen al dat die niets met hem te maken had en dat het nogal ingewikkeld zou worden om het in het moment uit te leggen. Wat hielp, was dat ik aanvoelde dat hij de vraag niet stelde omdat het nu eenmaal zijn werk was, nee, zijn gezichtsuitdrukking vertelde me dat hij het rot voor me vond en me een vollere batterij gunde.
Ik vind het pijnlijk en zwaar hoeveel last ik nog heb van alles wat achter me ligt.
Hij heeft de pech dat hij begeleider nummer weet ik hoeveel is. Ik heb al alles gegeven wat ik in me had – en meer – om in kaart te brengen hoe ik mezelf het beste kan reguleren. Ik doe het al op het hoogste niveau dat ik in me heb. Als hij mijn eerste begeleider was geweest, had ik bij die vraag niets gevoeld.
Het helpt ook niet dat ik een leven heb geleid waarin ik om allerlei redenen vaak niet de zorg en steun heb gekregen die ik nodig had, met als gevolg dat ik ver over mijn grenzen heb moeten gaan om vooruit te komen. Ik heb geleerd dat ik als mens sterker ben dan ik ooit voor mogelijk had gehouden, maar ook dat draagkracht een grens heeft.
Nadat ik vorig jaar toch weer mijn baan verloor, is mijn systeem volledig gecrasht. Als iets of iemand ook maar suggereert – hoe goedbedoeld ook – dat ik toch weer gas bij moet geven, gaat het vanbinnen helemaal mis.

Mijn re-integratiebegeleider wil helemaal niet dat ik over mijn grenzen ga. Ik zie al voor me hoe hij zegt: “Ilse, zo bedoelde ik het niet!”
Nee, weet ik.
Hij drukte per ongeluk op een knopje waarmee een niet-helpend denkproces werd opgestart. Mijn hersenen trokken automatisch alles uit de kast wat ik door de jaren heen aan adviezen had gekregen of gelezen. Ik begon aan mezelf te twijfelen. Deed ik wel genoeg? Deed ik het wel goed? (Ja-ha!) Schaamte, omdat ik dankzij al het onbegrip waar ik tegenaan blijf lopen maar moeilijk geleerd krijg dat niet alles op te lossen valt. Besefte de buitenwereld dat maar eens, zodat ik vaker de boodschap kreeg dat ik heb gedaan wat ik kon in plaats van altijd maar de vraag of ik weet wat ik eraan kan doen.
Ik doe zo mijn best dat ik me vaak geen mens meer voel, maar een servicemonteur die 24/7 dienst heeft om een apparaat te onderhouden waarvan de waarschuwingslampjes continu beginnen te flikkeren. Soms sta ik voor mijn koelkast en denk: kon ik maar meer zijn zoals jij. Dan was normaal onderhoud voldoende om jarenlang goed te functioneren.
Toen ik in gedachten woedend tegen mijn begeleider zei: WAAR HAAL JE HET LEF VANDAAN OM… viel het op z’n plek. Om mijn energieniveau te verhogen, moest ik emotie een stem geven. En hij verwachtte helemaal niet dat ik met iets nieuws zou komen, maar dat ik de tool uit mijn gereedschapskist zou halen waar ik nu het meeste aan had. Ik moest gaan tekenen.

