Vierenveertig

Toen begon het opnieuw. 

De wanhoop.
Het lawaai in mijn hoofd. 

De emotionele vulkaan barstte uit.

Gedachte: “Als het te duur wordt gevonden om me fatsoenlijk te helpen, help me dan maar op een andere manier. Verlos me maar uit mijn lijden!”

Verlangen naar de dood.
Het leek de enige weg naar stabiliteit en rust.

Gedachte: “Als dat óók te duur wordt gevonden, betaal ik het zelf wel! Het bedrag op mijn spaarrekening is vast genoeg voor het middel en de uitvaart.”

Ik zag geen fijne toekomst meer.

Ik was op.
Had alles gegeven wat ik in me had.

En voorlopig moest ik dat blijven doen.

Terwijl ik de energie eigenlijk niet meer had.

Scroll naar boven