Eenenzeventig
Werk, poging #2
Ik wilde mijn beroep niet meteen opgeven. Ik had er hard voor gestudeerd en ik was goed in mijn werk, dus probeerde ik het als freelancer. Ik verhuisde terug naar de regio waar ik vandaan kwam; daar kon ik wel een sociale huurwoning krijgen.
Ondanks dat ik me goed had voorbereid, kwam ik er al snel achter dat een bestaan als freelancer niets voor mij was. Ik kon de emotionele last niet dragen. De druk om iedere maand genoeg opdrachten binnen te halen. De onzekerheid van een schommelend inkomen. De stress van het schakelen tussen alle verschillende taken: opdrachten aannemen, e-mails beantwoorden, het werk zelf, facturen maken, netwerken.
De hulp die me was aangeboden pakte ook anders uit dan ik had verwacht. Mijn moeder had enthousiast aangeboden me te helpen met de administratie, maar op iedere vraag die ik stelde, antwoordde ze: “Ik weet het niet.” Zo leerde ik door te vragen. Fijn dat je me wilt helpen, maar waarmee precies?
Een oud-docente vertelde enthousiast over een samenwerking met een uitzendbureau. Ik zou via hen opdrachten krijgen; het enige wat ik hoefde te doen, was me inschrijven. Nadat ik dat had gedaan, bleef het lang stil.
Toen kwam de e-mail waarin schoorvoetend werd toegegeven dat de deal met het uitzendbureau nog helemaal niet rond was geweest toen ik werd uitgenodigd om me in te schrijven. Het uitzendbureau had zich inmiddels teruggetrokken.