Achtentachtig
“We zien het niet aan je!”
Nee, wat verwacht je te zien dan?
Dat je het niet ziet, wil niet zeggen dat het er niet is.
Ga eens met me in gesprek.
Maar de meesten hielden het bij vragen die ze gewend waren te stellen:
“Doe jij aan sport?”
“Nee.”
“Hoezo niet?”
Uh? Omdat mijn interesse daar niet ligt?
“Sporten is goed voor je!”
“Ik wandel wel graag.”
Maar dat was natuurlijk niet hetzelfde.
Waarom moest ik per se naar de sportschool? Waarom leek dat het enige goede antwoord? Ik had geen auto. (Niet alleen omdat ik dat niet wilde, maar ook omdat ik ‘m niet had kunnen betalen als ik ‘m wel had gewild. Bij een parttime baan hoorde nu eenmaal een parttime salaris.) Ik liep dagelijks naar het station, meerdere keren per week naar de supermarkt en droeg mijn boodschappen naar huis. Ik was al meer in beweging dan de gemiddelde mens. Betalen om in groepsverband te bewegen met harde muziek op de achtergrond? Mij niet gezien, want daar ontspande ik echt niet van. Ik gaf de voorkeur aan een boswandeling. Konden we het daar misschien ook eens over hebben?