Honderddertien

De verbetering waar ik zo naar verlangde, bleef uit.

Toen het aanspreekpunt weer wat meer tijd had om aanspreekpunt te zijn, verdween hij gedurende de dag regelmatig zonder iets te zeggen. Ik merkte dat er weinig begrip was voor hoe belastend die onzekerheid voor mij was. Er waren toch voldoende collega’s aan wie ik vragen kon stellen? Ja, maar bij iedere vraag ging ik op zoek naar hem. Als ik hem niet kon vinden, moest ik nadenken bij wie ik dan terechtkon en of diegene me wel verder kon helpen. Niet iedereen was namelijk op de hoogte van mijn takenpakket. Of mijn autisme. Het kostte me allemaal extra energie.

Zelfs als hij had toegezegd er te zullen zijn, kon ik er niet altijd op rekenen. Zo zou er een arbeidsdeskundige van de gemeente langskomen voor een loonwaardemeting. Ik had aangegeven dat ik er moeite mee had. Ik begreep heus wel dat mijn werkgever van die regeling gebruik wilde blijven maken, maar ik miste aandacht voor wat het met mij deed. Het was niet niks om in een paar minuten door een onbekende te worden beoordeeld die vervolgens zou uitrekenen op hoeveel subsidie mijn werkgever recht had.

Die ochtend kwam ik op mijn werk en zag hem nergens. Toen wist ik eigenlijk al genoeg. Vijf minuten vóór de afspraak kwam een andere leidinggevende naar me toe die zei: “De arbeidsdeskundige komt zo hè?” Ik antwoordde: “Ja, dat klopt. Waar is mijn aanspreekpunt?” Hij bleek elders ingezet. Waarom had hij me dat niet even laten weten?

Mijn vertrouwen brokkelde verder af. Ik begon me ook minderwaardig te voelen. Alsof ik een berichtje dat binnen een halve minuut verstuurd kon worden niet eens waard was.

Scroll naar boven