Drieëntwintig

Ik trok me steeds vaker terug op mijn kamer, durfde niet meer naar beneden, bang om geluid te maken waar oma op af zou komen. Ik wilde niet meer met haar geconfronteerd worden. Ik kon het niet aan.

Iedere keer als ik probeerde uit te leggen wat de situatie met mij deed, kreeg ik dezelfde antwoorden: 

“Oma wil niet.”
“Wij kunnen er niets aan doen.”
“We moeten er maar het beste van zien te maken.” 

Het deed er blijkbaar niet toe dat ik aan het beste kapot ging.

Scroll naar boven