Honderdzevenentwintig

Als ik mijn verhaal van begin tot eind lees, word ik verdrietig van het idee dat ik jarenlang heb gedacht dat het aan mij lag. Dat ik mijn plek heus wel zou vinden als ik:

  • nóg iets beter wist te verwoorden wat ik nodig had.
  • nóg iets meer geduld had.
  • nóg harder mijn best deed.

Het was geen kwestie van onwil. Integendeel. Ik heb veel vriendelijke mensen ontmoet die luisterden en oprecht wilden helpen. Alleen zijn goede bedoelingen niet voldoende om samen vooruit te komen. Keer op keer bleven de veranderingen waar we over hadden gesproken uit. Zo verloor ik langzaam mijn vertrouwen.

Dankzij therapie heb ik anders leren denken. Als iemand me niet begrijpt, betekent dat niet automatisch dat ik het niet goed heb uitgelegd. Nadenken of ik me kan aanpassen is goed, maar ik hoef daarbij niet mijn grenzen over te gaan. Ik durf inmiddels ook een andere vraag te stellen: 

Past deze omgeving eigenlijk wel bij mij?

Door het verlangen om ergens bij te horen en mee te kunnen doen, vind ik die vraag niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden. Het blijft verleidelijk om toch over mijn grenzen heen te gaan. Juist daarom is het belangrijk om het niet te doen. Om nee te blijven zeggen, ook als het betekent dat ik ‘s avonds toch weer eenzaam op de bank zit. 

Nee betekent dat ik mezelf serieus neem en respecteer. Van nee groeit mijn zelfvertrouwen. 

Het helpt om tegen mezelf te zeggen dat ik al een plek heb. 

Hier. Bij mij.

De grootste winst van mijn blog is misschien wel dat ik mijn ervaringen en gevoelens een plek heb durven geven. Dat ik ze niet meer wegstop, omdat iemand anders vindt dat het allemaal wel meevalt. 

Ik weet niet hoe mijn volgende hoofdstuk eruit gaat zien. Wat ik wel weet, is dat ik het begin met de overtuiging dat ik niet hoef te veranderen om te mogen bestaan.

Scroll naar boven