Vijfenzestig
Het is niet dat ik denk dat ik geen talent heb. Natuurlijk wel. Alleen lijken de puzzelstukjes van waar ik goed in ben niet in elkaar te passen. Alsof het allemaal losse stukjes van verschillende puzzels zijn die samen geen geheel vormen. Er ontstaat geen beeld, geen richting, geen pad dat ik kan volgen.
Of misschien ben ik het stukje dat nergens past.
Het stukje dat overblijft.
Het stukje waarvan niemand weet wat die ermee aan moet.
Het stukje dat even wordt vastgehouden,
losgelaten,
tot het straks in een la beland waar niemand er meer naar omkijkt.