Zevenentachtig
Het duurde dagen voor ik kon plaatsen waarom ik zo boos was.
Voor mijn collega’s was het niet meer dan een vervelend incident geweest, maar voor mij was het zoveel meer dan dat.
Ik was onderdeel geworden van een team waarvan ieder lid kon rekenen op een zekere mate van vanzelfsprekendheid in hun leven, iets waar ik al jaren voor aan het vechten was. Niemands leven was perfect. Iedereen had zo zijn problemen en zorgen. Maar terwijl de gesprekken om me heen gingen over een nieuwe auto, vakanties, verbouwingen, kinderen, pensioen, enz. was ik nog steeds bezig met het fundament:
Kon ik deze keer mijn baan behouden?
Toen het volume achteloos omhoog werd gedraaid, knapte er iets in me. Het liet zien dat mijn omgeving na een jaar nog steeds geen rekening met me wist te houden, terwijl ik al ziek en aan het re-integreren was. Er volgde geen gesprek over een mogelijke oplossing, maar er werd meteen een beroep gedaan op mijn begrip: “Dit is nu eenmaal onze manier van stoom afblazen.”
Ja, dat kan wel zo zijn, maar jullie hebben ervoor gekozen iemand met autisme in jullie team op te nemen. Ik wil jullie plezier niet afpakken, maar kan het de volgende keer misschien wat zachter? Ik zat achter een dichte deur met een noise cancelling koptelefoon op!
Het voelde alsof iedereen op het vasteland werkte, terwijl ik alleen op een eilandje voor de kust zat. Alsof ik 80% van een brug had gebouwd, maar de laatste 20% onder constructie bleef omdat anderen niet zagen dat zij óók een bijdrage moesten leveren.