Honderdelf
Misselijk van angst verliet ik de ruimte. Ik had niet het gevoel dat de directeur het echt vervelend had gevonden. Voor het eerst begon ik serieus te twijfelen aan het beeld dat ik van het bedrijf had. Als zelfs deze situatie niet anders kon worden aangepakt, wat betekende dat dan voor de toekomst?
Ik was van mening dat het wel anders had gekund. De directeur had er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen het nieuws te delen op een moment waarop de jobcoach voor ons aanwezig was geweest.
Toen ik het met mijn jobcoach besprak, antwoordde hij dat hij dacht dat de directeur niet had aangevoeld dat het zo’n impact op ons zou kunnen hebben. Mensen zaten nu eenmaal allemaal anders in elkaar. Dit was niet zijn sterkste punt. Hij beschikte over andere kwaliteiten. Volgens mijn jobcoach konden we alleen maar hopen dat hij ervan leerde en dat hij het in de toekomst anders zou aanpakken.
Ik begon me voorzichtig af te vragen of het beschermen van mijn gezondheid voor hem wel dezelfde prioriteit had als voor mij. Ik hoorde collega’s en leidinggevenden namelijk regelmatig mopperen over de communicatie binnen het bedrijf. Aangezien hij er al jaren werknemers begeleidde, kon ik me moeilijk voorstellen dat hij niet al veel vaker tegen hetzelfde probleem was aangelopen.