Negentien

Voor mij begon het in de puberteit. Ik voelde me anders dan leeftijdsgenoten, vond geen aansluiting en viel uiteindelijk met onverklaarbare vermoeidheidsklachten uit op de middelbare school. Door de hulpverlening werd niet herkend wat er écht aan de hand was. In plaats van autisme werd er geconstateerd dat ik depressief was en een sociale angststoornis had. Nadat ik was uitbehandeld, moest ik weer naar school, waar ik weer uitviel. 

Thuis kreeg ik niet de aandacht die ik nodig had. Mijn ouders hebben binnen hun mogelijkheden voor me gedaan wat ze konden, maar emotioneel waren ze niet in staat voor me te zorgen. Pas nadat ik zelf was gediagnosticeerd en jarenlang in therapie was geweest begon ik te begrijpen waarom. Mijn psycholoog vermoedde dat mijn ouders ook wel eens op het spectrum thuis zouden kunnen horen. Helaas bleef het bij een vermoeden. Ze vonden zelf niet dat hulp nodig was. 

Na jarenlang proberen toch contact met hen te hebben, besloot ik een half jaar geleden de pauzeknop in te drukken. Het vroeg te veel van me. Mijn leven moest eerst op orde vóór ik kon nadenken of er nog iets mogelijk was. Een keuze die me rust bracht, kracht gaf en die nog iedere dag pijn doet.

Scroll naar boven