Twintig

Het duurde lang voor ik besefte dat niemand in mijn omgeving zich bekommerde om mijn welzijn en toekomst. Het was aan mij om het op te lossen. Het duurde nog langer voor ik de kracht vond om het daadwerkelijk te proberen. 

Ik was 21 toen ik ontdekte wat ik wilde studeren. Dapper besloot ik dat ik op het volwassenenonderwijs alsnog mijn vwo-diploma wilde halen om daarna aan de studie te beginnen.

Mijn ouders hadden achter me moeten gaan staan. Meteen. Alleen was dat het moment waarop we ontdekten dat mijn oma, die bij ons was komen wonen, kanker had. Onder normale omstandigheden al verschrikkelijk, maar mijn oma ontkende dat ze ziek was, weigerde ieder onderzoek en is dat blijven doen tot aan haar dood 2,5 jaar later.

Ik hoor mijn ouders nog nee zeggen tegen mijn psycholoog toen ik 15 was en de vraag werd gesteld of psychische problemen in de familie voorkwamen. Nee. Laat me niet lachen. Ik was de eerste – en enige – die het onder ogen wilde zien.

Omdat de huisarts inschatte dat oma nog maximaal 3 maanden te leven had, ik er voor mijn familie wilde zijn en het schooljaar pas over een half jaar begon, cijferde ik mezelf weg. Laten we eerst als familie deze periode maar zo goed mogelijk door zien te komen, dacht ik naïef.

Scroll naar boven