Achtenzestig
Werk, poging #1
Na mijn studie kon ik meteen aan het werk. Op mijn stageplek had ik een baan aangeboden gekregen. Er werkten al verschillende collega’s met autisme, dus ik dacht dat ik goed zat. In principe was er ook veel goed geregeld, maar ik had moeite met de werkdruk. Mijn hersenen moesten in een uur zoveel verwerken dat mijn energie na een halve werkdag op was. Minder werken was geen optie, want de 24 uur die ik werkte, had ik allemaal nodig om rond te kunnen komen.
Ik verwachtte toen nog naïef dat er regelingen waren die ervoor zouden zorgen dat ik mijn baan kon behouden. Na wat research kwam ik verbijsterd tot de conclusie dat ik buiten de boot viel. Alle regelingen waar ik gebruik van kon maken, waren gunstig voor de werkgever – ik had er niets aan.
Ik weet nog hoe het voelde toen ik besefte dat ik mijn baan had kunnen behouden als ik anders beperkt was geweest. Ik was per uur namelijk niet minder productief, maar hield het geen 8 uur vol. Als ik 40 uur op kantoor had kunnen zitten en bijvoorbeeld 50% minder productief was geweest dan een gemiddelde collega, had ik een volledig minimumloon kunnen verdienen. Dan werd mijn werkgever door de gemeente gecompenseerd. Helaas. Het enige wat ik kon doen, was ervoor kiezen minder te werken om vervolgens bij de gemeente aan te kloppen om mijn inkomen tot bijstandsniveau te laten aanvullen – nadat ik eerst spaargeld had ingeleverd.
Daar zat ik dan na jaren vechten voor een vwo- en hbo-diploma.