Elf
Als ik na zo’n laatste gesprek buiten stond, probeerde een jobcoach nog iets bemoedigends te zeggen. Vast met goede bedoelingen, maar helpend vond ik het niet.
“Hier zat je gewoon niet op je plek. Het kan iedereen overkomen. Iedereen heeft zo z’n behoeften. Iemand die graag in beweging is, moet ook niet de hele dag voor een beeldscherm willen zitten.”
Het bagataliseerde hoe ik me voelde en activeerde een oud, giftig patroon. Wat ik meemaakte, overkwam iedereen, was niet bijzonder, alledaags, dus kom op, niet aanstellen, zo groot kon en mocht mijn verdriet niet zijn, stop het maar weg, laat het maar niet zien.
Voor mijn gevoel heb ik nooit iemand écht duidelijk kunnen maken hoeveel pijn het deed om een baan puur en alleen te verliezen omdat ik was wie ik was. Omdat ik was geboren met hersenen die informatie anders verwerkten – iets waar ik niets aan kon doen.