Negenennegentig
Werk, poging #7, deel 2
Mijn nieuwe werk was inhoudelijk interessanter dan ik had verwacht. Aan de ene kant was ik daar blij mee, aan de andere kant bleef er minder ruimte over voor andere prikkels. Tijdens de training leverde dat nog geen problemen op. Er was een duidelijk programma en er werd nog niet verwacht dat ik meerdere ballen tegelijk in de lucht hield. Na de training veranderde dat.
Ik kan niet aangeven wat het probleem precies was. Het ging niet om één ding, maar om het totaalplaatje.
Er was bijvoorbeeld een vast aanspreekpunt voor werkinhoudelijke vragen, maar ik wist vaak pas laat wanneer hij precies aanwezig zou zijn. Er werd een wekelijks vragenuur georganiseerd, maar niet op een vast moment. Af en toe werd het zelfs een uur van tevoren nog verplaatst. Met vragen werd ik regelmatig doorgestuurd naar andere leidinggevenden, waardoor het voor mij niet voelde alsof ik een vast aanspreekpunt had.
Ook mijn werk bleek niet altijd voorspelbaar. Als er te weinig was om iedereen bezig te houden, werd er geïmproviseerd. Dan was het bijvoorbeeld: ga het studiemateriaal over de elevator pitch maar doornemen, schrijf er zelf een en presenteer ‘m na de lunch voor de groep. Voor anderen misschien een leuke uitdaging, voor mij een uitputtingsslag. Onverwacht schakelen naar iets totaal anders vroeg heel veel van me.
Naast mijn gewone werkzaamheden werden er nog andere dingen verwacht. Zo moest ik een uitgebreide zelfstudie doorlopen, voerde ik wekelijks gesprekken met mijn jobcoach en woonde ik de teamvergadering bij. Voor die vergaderingen moest ik leren voorzitten en notuleren, taken waarbij ik voortdurend tegelijk moest luisteren, nadenken en overzicht houden. Het kostte me veel energie.
Ondertussen kon er via allerlei kanalen informatie binnenkomen die ik bij moest zien te houden: appjes, e-mails, chatgesprekken en af en toe telefoontjes. Dat mijn concentratie op ieder moment verbroken kon worden, zorgde voor stress. Ik kon me er wel deels voor afschermen, maar de angst om iets belangrijks te missen bleef toch spanning geven.
De opeenstapeling van onvoorspelbaarheid, sociale verwachtingen en voortdurend moeten schakelen putte me uit. Het duurde niet lang voor ik mijn energieniveau weer voelde dalen.