Negenenzeventig
Mijn aanspreekpunt moest binnen de organisatie onder de aandacht brengen dat ik er werkte en audio voor collega’s kon uitwerken, oftewel: regelen dat ik voldoende werk had. Meer dan eens vertelde hij me op maandagochtend op welke afdelingen hij was geweest, maar dat er niemand werk voor me had. Ik vond het verwarrend. Waarom vertelde hij me dat? Wat moest ik met die informatie?
Op de een of andere manier ontstond er geen verbinding tussen ons. Ik miste betrokkenheid, nieuwsgierigheid. Verder dan: “Hoe gaat het?” kwam mijn aanspreekpunt niet.
De vraag waar ik over bleef struikelen.
Want waar verwees het naar?
Wat wilde hij weten?
Hoe ik me op dat moment voelde?
Hoe ik me de afgelopen week had gevoeld?
Hoever ik qua werk was gekomen?
Of ik inhoudelijk tegen problemen aan was gelopen?
Iets anders?
Ik had geen idee.