Vijfentachtig
Mijn aanspreekpunt werd vervangen, maar het bleef er een op afstand.
Het klikte vanaf onze eerste ontmoeting al niet, zie blog nummer 50.
Ik had steun gevonden bij een paar collega’s. Die mocht ik appen. Mijn aanspreekpunt vond dat maar niets. Zonder eerst met ons in gesprek te gaan oordeelde hij al dat het niet kon, want de collega’s moesten het wel als storend ervaren!
Ik werd er bang en onzeker van. Het appcontact was als vanzelf ontstaan. Ik had de collega’s op het hart gedrukt vooral met me in gesprek te gaan als het te veel werd of als het als storend werd ervaren. Als ik ergens een hekel aan had, was het wel dat iemand het maar liet gebeuren omdat ik nu eenmaal een beperking had en me niet kon aanpassen. Alsjeblieft zeg. Met mij kun je in gesprek.
Bang dacht ik: oh nee, durfden de collega’s me toch niet aan te spreken? Waren ze daarom naar mijn aanspreekpunt gegaan? Nee, er was niets aan de hand. Zij hadden me gewoon direct aangesproken als dat nodig was geweest. Het was mijn aanspreekpunt dat geen vertrouwen had.
Tot op de dag van vandaag heb ik nog op dezelfde manier contact met een van de collega’s. Ik mag hem al jaren 24/7 appen als ik ergens mee zit. Soms duurt het lang voor hij het ziet, maar dat geeft niet. Het was en is nog steeds een verbinding die me het gevoel geeft dat iemand me ziet en hoort. Een verbinding die hij me niet laat verbreken – geloof me, ik heb het meermaals geprobeerd – maar hij begrijpt iets wat maar weinig mensen snappen.
Hoe belangrijk het is dat ik weet dat ik nooit helemaal alleen ben.
Ook niet als het wel zo voelt.