Tweeëntachtig

Het begon minder goed met me te gaan. Mijn vermoeidheid nam toe.  Ik meldde me deels ziek. Ik sprak uit

Drieëntachtig

Met mijn jobcoach werkte ik aan een signaleringsplan.

Zesentachtig

Ik herinner me het moment waarop ik mijn moed verloor nog goed. Ik was rustig aan het werk toen er

Zevenentachtig

Het duurde dagen voor ik kon plaatsen waarom ik zo boos was.

Negentig

Huilend zei ik tegen mijn jobcoach:

Scroll naar boven