Tweeëntachtig
Het begon minder goed met me te gaan. Mijn vermoeidheid nam toe. Ik meldde me deels ziek. Ik sprak uit
Het begon minder goed met me te gaan. Mijn vermoeidheid nam toe. Ik meldde me deels ziek. Ik sprak uit
Ik herinner me het moment waarop ik mijn moed verloor nog goed. Ik was rustig aan het werk toen er